Posts tonen met het label Beelddenken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Beelddenken. Alle posts tonen

donderdag 25 september 2014

De Jonge Beelddenker






Schrijfster Tineke Verdoes, 2014

Een kind dat in beelden denkt, ziet plaatjes in zijn hoofd en leert het liefst door te doen, te ervaren en te kijken. Deze kinderen hebben tijd nodig om bij het plaatje een woord te vinden.

Samenvatting

Bij de meeste kinderen die ouder worden verandert het denken, ze gaan steeds meer in taal denken. Het kind wordt een taaldenker. Bij een groot aantal kinderen gaat het anders. Ze blijven eerst denken in beelden en zoeken dan de taal erbij. We noemen ze beelddenkers.

In het huidige onderwijs wordt vooral een beroep gedaan op de linkerhersenhelft en dit is over het algemeen de zwakkere kant van een beelddenker. Om beide type kinderen tot hun recht te laten komen is het van belang dat leerkrachten hun onderwijs aan kunnen passen.

Dit boek, geschreven door Tineke Verdoes, biedt uitleg, tips en opdrachten voor leerkrachten en ouders van kinderen in de kleuterklas en groep 3. Tineke geeft in dit boek veel praktische voorbeelden hoe je beelddenkers kunt ondersteunen thuis en in de klas. Ze put hierbij uit haar jarenlange ervaring als juf in de onderbouw.


Kun je beelddenken al vaststellen op jonge leeftijd?

Op jonge leeftijd kan je eigenlijk nog niet spreken van beelddenken, omdat het kind tot 10 jaar nog volop in ontwikkeling is. Eigenlijk denken alle jonge kinderen in beelden. Als je ze iets vertelt maken ze veelal plaatjes in hun hoofd. Vanaf groep 3 leren kinderen, ook door het talige onderwijssysteem hun linkerhersenhelft steeds meer gebruiken. Ze maken steeds meer de overgang van beeld-naar taaldenken. Sommige kinderen houden de voorkeur voor het denken in beelden. Ook al kun je op jonge leeftijd nog niet echt spreken van beelddenken, je kunt wel beelddenkkenmerken signaleren bij deze kinderen. Tineke spreekt in haar boek van risicoleerlingen. Deze kinderen lopen risico omdat het onderwijssysteem, zowel de leerstof als de manier van lesgeven, niet aansluit bij de manier van leren van deze kinderen.



Visueel ruimtelijke manier van informatieverwerking

20 % van de kinderen in de basisschoolleeftijd is een beelddenker. Beelddenken is niet alleen denken in plaatjes. Het is driedimensionaal, ruimtelijk denken. Het is associatief. Een beelddenker ervaart elke waarneming als een totaalbeleving. het beeld is verbonden met geur, smaak, voelen. Tineke illustreert dit in haar boek als volgt:

'Als ik aan Larinda (6 jaar) vraag wat er in haar hoofd gebeurt als ik het woord appel zeg, ontstaat ( met veel doorvragen) het volgend gesprek:


Ik: 'Wat gebeurt er in je hoofd als ik het woord appel zeg?'
Zij:  (eerst is het een paar seconde stil en schieten haar ogen naar boven, alsof ze een                 plaatje zoekt) 'Dan heb ik honger.'
Ik:  'Hoe komt dat dan?'
Zij: ( eerst stil). 'Dat komt door mijn maag.'
Ik:  'Waar moet je in je hoofd aan denken, als je aan het woord appel denkt?'
Zij: (eerst stil) 'Aan wormen'.
Ik:  'Wormen?' Waarom aan wormen?'
Zij: 'Die kruipen vaak in appels.'

Hoe herken je beelddenkers in de klas?

Tineke geeft een uitgebreide signaleringslijst in haar boek, hieronder noem slechts een aantal herkenningspunten:
  • Het zijn de dromers in de klas
  • Het zijn de kinderen met veel fantasie
  • Ze gebruiken al hun zintuigen bij het verwerken van informatie
  • Ze zijn snel afgeleid
  • Het zijn snelle denkers, leggen veel verbanden
  • Ze komen met creatieve oplossingen voor problemen
  • Ze hebben moeite met tijd
  • Ze kunnen opgaan in hun spel
  • Ze hebben moeite met de volgorde van dingen
  • Ze struikelen over hun woorden,springen van de hak op de tak
  • Ze hebben een zwakke fijne motoriek


Belevend leren

In haar boek geeft Tineke veel praktische voorbeelden en tips om deze kinderen te helpen. Je kunt als leerkracht gebruik maken van de sterke kant van beelddenkers. Deze kinderen leren makkelijker door te doen, te ervaren.

Rekenregels en taalregels zijn vaak te abstract. Tineke legt in haar boek uit, hoe je kinderen die in beelden denken kunt leren rekenen. In de kleuterklas leren kinderen veel spelenderwijs. Dit kan je thuis ook doen. Hoeveel boontjes heb je op je bord? En als ik er nog 2 bij leg hoeveel heb je er dan? In groep 3 leren kinderen automatiseren tot 20. Door hier een spel van te maken en het kind een concrete situatie te laten ervaren, help je het kind de stap te laten maken van concreet naar abstract. Tineke geeft het voorbeeld van een buschauffeur, die bij de eerste bushalte eerst 5 kinderen ophaalt en bij de tweede bushalte 3. Kinderen maken als het ware een filmpje in hun hoofd van deze situatie en hieruit vloeit het abstract voorstellen en het formele rekenen 5+3.

Ook geeft ze aan dat voor een optimaal leereffect het belangrijk is, dat alle zintuigen worden gebruikt bij het leren van de letters. Dus hoe ziet de letter S eruit? Hoe klinkt de letter S? Hoe voelt de letter S (het kleien van de letter). Leren met het hele lichaam ( loop de S door de ruimte).

Structuur, biedt kaders en maak de lesstof concreet

Kinderen die in beelden denken hebben een eigen manier van informatie sorteren. Het is belangrijk dat deze kinderen eerst het ‘eindresultaat zien’. Anders wordt de lesstof in een verkeerd vakje opgeslagen.
Eigenlijk bied je een kapstok, een raamwerk. Als je in de klas bijvoorbeeld het thema de boerderij gaat behandelen, geef dan aan, dat je de komende weken de dieren van de boerderij gaat bespreken. Schets dan een beeld van de boerderij en laat zien welke dieren er op de boerderij leven. Bespreek vervolgens per les een dier van de boerderij.
Kinderen die in beelden denken zien iets voor zich en hebben een beeld dat ze het direct kunnen.  Na één les rekenen kun je rekenen. Wanneer het dan na één keer minder goed lukt dan ze dachten, kan het zijn dat ze teleurgesteld zijn of er kan faalangst ontstaan.
Bij mij in de praktijk waren een aantal jonge kinderen, die moeite hadden met leren fietsen en leren zwemmen. Deze kinderen willen niet oefenen, maar het meteen kunnen. Ze zien helemaal voor zich dat ze het al kunnen. Alleen vergeten ze welke stapjes je moet zetten om het te leren. Tineke geeft in haar boek ouders een handige tip, door bijvoorbeeld te vragen aan je kind: ‘ Weet je nog hoe je hebt leren lopen? Nee, wat gek.. toch kun je het nu zonder erbij na te denken.  In het begin ben je heel veel gevallen en heb je veel geoefend. Een foto of filmpje laten zien van je kind dat leerde lopen, maakt het nog concreter.



Ervaring uit mijn praktijk

In mijn praktijk werk ik met hoogsensitieve kinderen. Kinderen die in beelden denken zijn vaak sensitief. Dit is een rechterhersenhelft kwaliteit, die bij beelddenkers zo goed ontwikkeld is. Ze volgen bij mij de “Ik ben Oké! cursus. Een cognitieve training, waarbij kinderen leren om hun gevoelens te herkennen en er makkelijker over te praten. Ook leren ze wat je kunt doen als je overprikkeld bent en leren ze luisteren naar de signalen van hun lichaam. Dit doen we aan de hand van de stressladder, de zintuigenboom. die kinderen gaan knutselen. Door het lezen van een verhaal, het knutselen en oefenen in de les, krijgt de informatie vorm en betekenis. Aan het eind van de cursus vraag ik de kinderen  wat ze allemaal geleerd hebben? Voor een beelddenkend sensitief kind is deze vraag veel te ruim. Standaard krijg ik soms als antwoord: ‘dat weet ik niet’.
Ik besloot mede naar aanleiding van het lezen van het boek ‘de Jonge Beelddenker’, mijn vraag wat meer te verduidelijken door een concreet voorbeeld  noemen, dat het  kind me zelf tijdens een van de lessen had verteld.   Zo had een van de kinderen op de eerste schooldag tegen haar moeder gezegd: ‘ toen het druk werd in de klas deed ik even de zintuigenboom’. ‘Oh ja’, zei ze, ik heb geleerd dat ik me weer oké kan voelen als ik de opslagkamertjes van mijn zintuigen even opruim.’  Ook heb samen met een jongen een succestoren gebouwd van alles dat hij had geleerd in de cursus. We maakten een foto van de toren en die ging mee naar huis.  

Tot slot

Dit boek is een echte aanrader voor leerkrachten en ouders van beelddenkende kinderen.  Een waardevol boek onmisbaar op iedere basisschool en in mijn eigen praktijk.

donderdag 28 maart 2013

Nieuw boek over Beelddenken




Schrijfster: Tineke Verdoes, 2013

Denken in beelden

cover Denken in beeldenBen je goed in het verzinnen van nieuwe dingen? Heb je moeite met het vertellen van een verhaal in de juiste volgorde? Heb je veel fantasie en verzin je makkelijk een oplossing voor een probleem?
Maak je veel fouten bij spelling? Ben je snel afgeleid en haal je getallen door elkaar? Voel je dingen goed aan? Dan kan het zijn dat je in beelden denkt.
Om meer van jezelf te snappen is het handig om te weten welke hersenhelft je het meest gebruikt. Als je in beelden denkt begin je met de rechterhersenhelft. En wanneer je woorden nodig hebt om je beeld te beschrijven, ga je de linkerhersenhelft gebruiken. In Denken in beelden kun je lezen hoe dat werkt in je hersenen, wat er gebeurt wanneer het gebeurt en waarom het gebeurt.
Met de voorbeelden en opdrachten in dit boek kun je samen met je ouders en de leerkracht ontdekken hoe het bij jou werkt, wat je sterke kanten zijn en hoe je die nog beter kunt gebruiken. Het richt zich op jouw talent beelddenken.

Tineke Verdoes, leerkracht en remedial teacher in het speciaal onderwijs, schrijft in haar voorwoord, dat ze zelf ook in beelden denkt en met dit boek wil bereiken, dat kinderen die in beelden denken zich begrepen voelen door hun omgeving. Tineke legt op een begrijpelijke manier uit hoe beelddenkers in het leven staan, hoe ze dingen leren en waar deze kinderen tegenaan lopen, wat het leven van een beelddenker makkelijker kan maken en hoe je als volwassene daar mee om kunt gaan. Dit is niet alleen een leesboek, maar ook een doe boek. De combinatie van informatie op kindniveau en tips voor school maken van deze uitgave een waardevol instrument dat kinderen meer zelfvertrouwen kan geven.

.
Denken in beelden tegenover denken in taal

In haar boek legt Tineke Verdoes het verschil uit tussen denken in taal en denken in beelden. “Timo van 11 jaar tekent wat er tijdens een les in zijn hoofd gebeurt. Met woorden legt hij het zo uit: “Wanneer ik het woord ‘boom’ hoor, dan zie ik in mijn hoofd een boom met appels. Ik heb namelijk plaatjes in mijn hoofd”. Kinderen zoals Timo die in beelden denken hebben plaatjes in hun hoofd. Dit zijn geen stilstaande plaatjes. Het zijn plaatjes die kunnen bewegen, kunnen veranderen. De plaatjes zijn bovendien verbonden met geuren, geluiden en smaak.

Een baby is voor 100% een beelddenker. Alle jonge kinderen denken voornamelijk in beelden. Vanaf groep 3 maken de kinderen een omslag naar taaldenken.

Veel kinderen groeien over beelddenken heen en leren hun linker hersenhelft te gebruiken. Ze maken steeds makkelijker overgangen van de rechterkant naar de linkerkant om stappen plannen  te maken, hun ervaringen te benoemen en hun eigen gedrag te structureren. Hun zelfbewustzijn ontwikkelt zich door de twee hersenhelften steeds beter te laten samenwerken. Een kleine groep ongeveer 5% blijft in beelden denken. De rechterhersenhelft blijft dominant. De linkerhersenhelft kan een achterstand gaan vertonen. Dit hoeft niet.

Sterke kanten van beelddenkers
Tineke laat in haar boek beelddenkers aan het woord. Zo vertelt ze over de sterke kanten van beelddenker Sofie. Sofie is een beelddenker. Haar rechterhersenhelft is haar sterke kant.
  • Ze is creatief in het verzinnen van nieuwe dingen
  • Ze tekent en knutselt graag
  • Ze voel dingen goed aan.
  • Ze is een doorzetter
  • Ze vindt het leuk om over verschillende dingen iets te weten
  • Ze ziet ineens een oplossing voor iets waar anderen al heel lang over nadenken
  • Ze is origineel
  • Ze heeft veel fantasie
  • Ze zorgt voor anderen, omdat ze intuïtief begrijpt wat er om haar heen gebeurt.

Beelddenken en Hoogsensitiviteit
Sommige hoogsensitieve kinderen denken in beelden. Kinderen tot een leeftijd van 8 jaar zijn echte beelddenkers. Hoogsensitieve kinderen willen dit op de een of andere manier graag behouden. In het onderwijs komen ze dan vaak in de problemen omdat het onderwijs erg verbaal is ingericht. Daarom is het ook zo belangrijk dat leerkrachten kennis hebben van hoogsensitiviteit en manieren leren zodat zij kinderen kunnen ondersteunen in hun wijze van de wereld zien en leren. Bron: Sylvia van Zoeren

Hoe kun je een beelddenker herkennen?
  1. Beelddenkers begrenzen zich vaak door hardop te praten, of hardop te tellen.
  2. Kinderen die in beelden denken hebben vaak meer tijd nodig, om hun werk af te krijgen.
  3. Beelddenkers kunnen dromerig overkomen. Als het kind goed is in associëren, maakt het een heel verhaal bij de eerste woorden en luistert vaak niet meer naar de rest van de instructie.
  4. Een veel gehoorde opmerking van beeldenkende kinderen is: “Ik ben vaak als laatste klaar”. Deze kinderen raden vaak wat ze moeten doen in de les. Als de meester uitlegt wat er moet gebeuren.
  5. Kinderen die beelddenken en een verhaal vertellen gebruiken vaak hun handen om het verhaal te ondersteunen.
  6. Vaak gebruiken beelddenkers kleurrijke taal. Een beelddenker is ook te herkennen aan zijn woordgebruik: “Ik bekijk het van een hele andere kant”, of ik zie het zo”.
  7. Ook de wijdlopigheid in de manier van praten is kenmerkend voor een beelddenker.
  8. Een leerkracht in de klas is erbij gebaat, om goed naar de oogbeweging van een beelddenkend kind te kijken. Een kind dat naar boven kijkt met zijn ogen is nog bezig om het antwoord te bedenken. Eerst zoekt het kind naar een beeld en pas daarna probeert het woorden te vinden. Let dus op dat je niet teveel tegelijk vraagt en wacht me het stellen van de volgende vraag als het kind je weer aankijkt.

Hoe kun je beeldenkers helpen?
Daag ze uit om meer te doen in plaats van te vertellen. Sluit aan bij hun manier van denken. Geef complimenten en focus op wat het kind wel kan. In het boek Denken in Beelden van Tineke Verdoes vind je meer tips voor ouders en leerkrachten.

Wetenschappelijk Onderzoek naar Beelddenken.
Voor meer informatie over beelddenken en recent wetenschappelijk onderzoek: http://www.beeldenbrein.nl

maandag 28 mei 2012

Hoogsensitieve kinderen en hun talent om op te merken





Hoogsensitieve kinderen, ook wel hooggevoelige kinderen genoemd , hebben een talent om op te merken. Ze zien, horen en voelen veel. Hun zenuwstelsel is heel verfijnd en werkt bijzonder goed en intensief.  Daardoor nemen ze veel meer details waar van hun omgeving. Ze zullen als gevolg daarvan dieper en uitgebreider nadenken over wat ze beleven en leren. Als een hooggevoelig kind een klas binnenkomt, dan zal het onmiddellijk opmerken als de meubels anders staan, of als juf anders doet dan normaal. Ze voelen stemmingen en sfeer haarfijn aan. Ook als er tussen kinderen conflicten zijn, zal een hooggevoelig kind dit opmerken en aanvoelen. Deze kwaliteit om op te merken en dingen aan te voelen is heel bijzonder en een gave. Wat dat betreft hebben hooggevoelige kinderen ons veel te vertellen.

Overprikkeling


Hooggevoelige kinderen zijn bijna allemaal sociale kinderen. Ze zijn betrokken bij de wereld om hen heen, omdat ze zo opmerkzaam zijn. Het ene kind voelt vooral stemmingen en emoties van anderen aan, het andere hooggevoelige kind is zich vooral bewust van de wereld en het onrecht in de wereld. Hun sociale bewustzijn maakt, dat ze sneller angstig reageren en sneller gekwetst zijn wanneer zij zelf of andere kinderen gepest worden (bron: Susan Marletta Hart). 
Omdat ze zoveel opmerken kunnen ze intens zijn in hun emoties. Iedere indruk lijkt iets los te maken, of dat nu vreugde, verdriet, afschuw, schrik, angst, verbazing, verwondering of wat dan ook is. Ze zoeken indrukken op en halen deze diep naar binnen, door ze tot een onderdeel van hun innerlijke beleving te maken. Maar te veel indrukken achter elkaar, of een te heftige indruk ineens, kan tot uitputting leiden. Het kind raakt zo vol, dat het minder goed gaat functioneren. Er ontstaat, wat Elaine Aron noemt, 'overprikkeling'. Dat kan zich uiten in teruggetrokken of juist heel druk gedrag, woede- aanvallen, hangerigheid, op zichzelf willen zijn, huilen, boosheid of concentratieproblemen.

Is een hoogsensitief kind anders dan andere kinderen?


Een hoogsensitief kind voelt zich vaak anders, dan de andere kinderen. Omdat deze kinderen zoveel indrukken te verwerken hebben en de neiging hebben om gevoelens en stemmingen van anderen zich toe te eigenen, weten ze vaak geen raad met al deze gevoelens. Ze begrijpen soms niet goed wat er in hun omgaat en raken uit hun doen. Kinderen uiten dit soms met de woorden: “ik heb soms zulke rare gevoelens”, of “ik ben boos, maar ik weet niet waarom ik boos ben”. Ze zien geen onderscheid tussen hun eigen gevoelens en die van anderen.  Als ze door hun ouders niet erkend worden in hun gevoeligheid kunnen ze zich onbegrepen voelen. 
Hooggevoelige kinderen zijn vaak wijze kinderen, ze zijn bedachtzaam, denken snel, kunnen snel verbanden leggen en dat maakt ze ook angstig en voorzichtig. Ze zien immers overal gevaren en zijn minder impulsief. 
Hun denkproces, kan hun behoorlijk in de weg zitten. Vaak denken ze een “oh jee gedachte”, in plaats van een “ok gedachte”,  en dat heeft weer effect op hoe ze zich voelen. Je kind bewust maken van zijn eigen gedachten en binnenwereld en leren hier zelf een keuze in te maken kan heel helpend zijn. 
Om een voorbeeld te geven, een kind kan de gedachte:, “Zie je wel, niemand wil met me spelen”,  ombuigen in een ok gedachte: “Ik vraag zelf aan iemand om met me te spelen”. En als niemand tijd heeft, dan ga ik zelf iets leuks verzinnen. (bron boek, de zintuigenboom van Sylvia van Zoeren).

Waar kun je hoogsensitieve kinderen aan herkennen?


-       ze zijn intuïtief
-       voelen het aan als jij je niet goed voelt
-       zijn wijs voor hun leeftijd
-       denken veel en diep na, willen begrijpen
-       stellen veel vragen
-       zijn vaak in gedachten
-       kunnen niet goed tegen veranderingen
-       zijn empatisch en sociaal
-       hebben een rijke fantasie en zijn creatief
-       kunnen zichzelf heel goed vermaken
-       zijn attent en opmerkzaam
-       kunnen heel intens genieten
-       zijn bedachtzaam en voorzichtig
-       zijn intens blij als iemand aardig tegen ze doet
-       zijn perfectionistisch


Hoe kun je je hoogsensitieve kind het beste helpen?


Erken je kind in zijn of haar gevoeligheid. Geef het kind de ruimte om er te mogen zijn en gevoelens te mogen uiten. Wees oprecht geïnteresseerd en nieuwsgierig naar de belevingswereld van je kind. Je kind voelt het haarfijn aan als je niet met je volle aandacht luistert. Je kind voelt zich dan snel gekwetst. Zorg voor voldoende rustmomenten op een dag, zodat je kind de rust heeft om alle indrukken van die dag te kunnen verwerken. De natuur heeft ook een rustgevende werking. Sylvia van Zoeren heeft een heel mooi boekje uitgegeven: ”de zintuigenboom”. In dit boekje staan ontspanningsoefeningen, die je samen kunt doen met je kind. Ook  staan er oefeningen in die je kind helpen om alle indrukken van de dag en energieën van anderen, los te kunnen laten, zodat het kind weer rustig en zichzelf wordt. 

Wil je meer weten? Neem gerust contact met me op. Graag help ik jouw kind om beter met zijn of haar gevoeligheid om te gaan, met als resultaat, een vrolijker en blijer kind, dat zich steviger voelt en zich optimaal kan ontwikkelen.


Begeleiding voor ouders en kinderen vindt plaats bij mij thuis aan de keukentafel.

Coaching Kitchen
Clarien Tinbergen
+31647520379
http://www.coachingkitchen.nl/